Haiku voor Ilah
ik schrijf een appel Ilah tekent een wortel zo zijn man en vrouw

in songs & poëzie
ik schrijf een appel Ilah tekent een wortel zo zijn man en vrouw

Het weer is prachtig, het weer is fijn Al van deze morgen vroeg doe ik aan de lijn Het is niet moeilijk, het moet zo zijn Whoa… Ik ben beweeglijk, ik zit niet stil Ik hol in bed en

Madame Phype rookt sigaren Havanna’s zelf gedraaid De geur van haar haren Het vuur dat lekker laait Madame Phype is heel bedreven Met lucifers en zo De vlam slaat in de nevel En ik zing cocorico Madame Phype rookt
Hij is koel, draagt schoenen blauw Meneer Playboy Donkere bril voor ogen blauw Meneer Playboy Hij kijkt in de metro naar vrouwen, ah… Trein, tram en bus telkens hangt hij in de touwen Meneer Playboy Hij neuriet liedjes, blues en

Vrouwen bijten niet meer zoals vroeger daardoor blijf ik heel lang kijken naar de oppervlakte mijn ogen bijna scheel Vrouwen bijten niet meer zoals vroeger daardoor blijf ik gaaf dat broze wormpje spartelt zich verloren het nutteloze aas, de
In de morgen koffie ruiken Wachten tot jij komt In mijn hoofd zindert een stilte Die mijn ik verstomt Het lijkt dikwijls vanzelfsprekend Dat het zo nu en dan benauwt En met mij soms op de loop gaat
Hij zat in het panel van de quiz: “’t Is maar een woord”, op teevee De schrijver als paljas sinds heugenis Ik was een jaar of zeven, Boon Elpee Toen ik voor het eerst iets van hem las Zijn roman
Op de renbaan van haar lichaam In de sporen van haar Duizend soldaten met een stijve Warme, hete lijven Mieke Maai me maakt me Mieke Maai me maakt maakt maakt, ze maakt me Met haar mondje, met haar kontje
Hij: In mijn kamer, in de kou scheur ik knipsels, denk aan jou een buitenstaander, wie ben je nou niemand ziet de binnenbouw Zij: Onze lijven, wat is dat nou je bent een ouwe, je hebt een vrouw toch
Oude whisky, een sigaret Ik heb mijn masker opgezet Trek een smoel op teevee, goedlachs Mijn taal is mijn dialect Wat ik zeg is voor echt Oh oh oh, wat een fijne dag Dansen doe ik alleen met mijn vrouw