Op zijn kont
De kleine hondjes lopen verloren Ze zien niet waar ze gaan Dat komt door het geblaf in hun oortjes Ze keffen en blijven staan De grote hond kijkt lachend toe Hij is ze meer dan moe De grote hond

in songs & poëzie
De kleine hondjes lopen verloren Ze zien niet waar ze gaan Dat komt door het geblaf in hun oortjes Ze keffen en blijven staan De grote hond kijkt lachend toe Hij is ze meer dan moe De grote hond
Dansen op de sambaIs het een tango, een rumbaDe stem van Serge GainsbourgC’est pour toujours l’amour Al die leuke hitjesDie malle melodietjesVergeet-me-nietjesHet wordt spannend op de vloer De lange hete zomerZo’n heerlijk mooie zomerGaat op een dag voorbij De zoetgevooisde
Zij pakt haar koffers zij vertrekt. Ze hebben elkaar in jaren niks gezegd. Het is niet fijn, plots ziet ze het eind. Als het op is, moet je weg. Hij werkt niet voor vrouw en kind. Hij trekt de deur
In den beginne was het woord Of was het ritme, een akkoord Stemmen gonsden door het dal Echo’s van zuid naar noord We waren allen zwart of rood En ja, we gingen toen al dood We voelden kriebels in het
Het water staat weer aan mijn lippen Ik krijg niets binnen, ik verzuip Woorden klinken vals, ik lach te luid Ik raak er niet uit Mijn handen rusten op de reling Het water stroomt haveloos naar zee Haar blik
Hier kun je de song beluisteren: Ik wil een vrouw die me niet verstaat die niet weet waar dit lied over gaat ze brult het mee, compleet uit de maat ik wil een vrouw die me niet verstaat ik wil
Als ik de schaduw van je hond was Aan je voeten terwijl je kijkt Languit van op de sofa Tot je held bezwijkt Als ik de schaduw van je hond was Als jij dan mijn leiband neemt Blaf en

Madame Phype rookt sigaren Havanna’s zelf gedraaid De geur van haar haren Het vuur dat lekker laait Madame Phype is heel bedreven Met lucifers en zo De vlam slaat in de nevel En ik zing cocorico Madame Phype rookt

Vrouwen bijten niet meer zoals vroeger daardoor blijf ik heel lang kijken naar de oppervlakte mijn ogen bijna scheel Vrouwen bijten niet meer zoals vroeger daardoor blijf ik gaaf dat broze wormpje spartelt zich verloren het nutteloze aas, de
In de morgen koffie ruiken Wachten tot jij komt In mijn hoofd zindert een stilte Die mijn ik verstomt Het lijkt dikwijls vanzelfsprekend Dat het zo nu en dan benauwt En met mij soms op de loop gaat