Twijfels bij een oude foto

Bij ons thuis was de ene al wat zotter dan de rest:
mijn broertjes, mijn moeder, de goudvis die zijn kringetje trok.

Alleen mijn vader bleef behoorlijk nuchter,
behalve als hij gedronken had en licht in de wind
accordeon speelde, terwijl het gepeupel
polka danste op pleinen onder plensbuien
waar de tenten niet tegen bestand waren.
Dan werd het pas echt een vrolijke boel.

Ik zou dit vertellen met uitgestreken gezicht
mocht het niet waar zijn, slechts een beetje
overdreven zoals het vermelden van broertjes
die niet bestonden of een beestje dat dood lag
in een kooitje en verder misschien
een paar petieterige dingetjes of twee.

Bij ons thuis was de ene al wat zotter dan de rest:
ik was er waarschijnlijk het ergst aan toe.

St. Margaret’s at Cliffe

Op een bank in St. Margaret’s at Cliffe
lijkt het alsof je kunt zien dat de aarde rond is.
Een illusie natuurlijk.

Onze wereld zou immers veel kleiner zijn
en nog meer dichtbevolkt dan nu.
We zouden op een dag helemaal

naar de andere kant kunnen lopen
en bij valavond een praatje maken
met de meest vreemde tegenvoeters.

Illusies vergaan.
Veerboten varen af en aan,
gedoemd te verdwijnen met de tijd.

Maar
tijd verdwijnt niet,
zowaar als je hier zit

waar het water aan en af rolt.
Ongrijpbaar,
door niets te vatten.

De jaren

Ze zijn meer dan een eeuw oud
Daar mag hij niet bij stilstaan
Haar knopjes, waar hij van houdt
Gaan minder snel rechtop staan

Zoveel minder kan zij aan
Ze kijken naar wat er staat
En het etalageraam
Weerspiegelt hoe zij vergaat

Als een klap in het gezicht
Dat waarom jij hoort bij mij
Tot haar oogopslag oplicht
Zo lacht zij hem dichterbij

Poëtenweer

Er hangt drama
in de lucht, zegt zij

als boven de vallei
onaardse wolken
voorbij schuiven.

In haar ogen
is het kinderlijk eenvoudig:

een gedicht ontstaat niet
uit het niets.