Minuet
Hij: In mijn kamer, in de kou scheur ik knipsels, denk aan jou een buitenstaander, wie ben je nou niemand ziet de binnenbouw Zij: Onze lijven, wat is dat nou je bent een ouwe, je hebt een vrouw toch

in songs & poëzie
Hij: In mijn kamer, in de kou scheur ik knipsels, denk aan jou een buitenstaander, wie ben je nou niemand ziet de binnenbouw Zij: Onze lijven, wat is dat nou je bent een ouwe, je hebt een vrouw toch
Daar in die kamer, het was er zo warm Waar onder zijn blik, zij rilde Wenkte hij haar met één oogopslag Het was wat zij altijd wilde De liefde – ja, dat wordt gezegd Hij sprak geen woord. Zo
Zij, als een nimf zo mooi De mensenwereld is grauw en grijs Oordeelt licht en stopt haar in een kooi Wie verliest, betaalt de prijs Ze wil, ze wil zo graag, ze wil zo veel Ze wil, ze wil
Van den brem aan de spoorweg, waar ze oprees uit een zee zo geel als de zon en de maan Tot in het straatje, smal en donker Waarin zij verdween, terwijl ik op wacht moest staan Er bloeit altijd